Rhododendron aanplant en onderhoud
Één van de mooiste tuinheesters is waarschijnlijk de Rhododendron. Er zijn heel veel soorten, maten en kleuren te verkrijgen. De Rhododendron is in principe bladhoudend in de winter maar er zijn ook bladverliezende soorten die vroeger als bladverliezende Azalea’s te boek stonden. Feitelijk zijn alle Azalea soorten tegenwoordig onder gebracht onder de Familie van de Rhododendron.
Een Rhododendron heeft een kleine compacte wortelkluit die in verhouding met de plant niet groot is. Hierdoor mag een Rhodo niet te droog staan. Op veel grondsoorten zoals klei, loss, en zandgronden is het dan ook sterk aan te bevelen bij het planten een flinke hoeveelheid tuinturf, turfmolm of turfstrooisel toe te voegen. Graaf een groter plantgat als nodig en vul het aan met één van de eerder genoemde producten. Het turfproduct houdt goed water vast én verzuurt de bodem enigzins wat de plant ook ten goede komt.
Plaats Rhododendrons het liefste op een schaduwrijke plaats, als het in de zon moet dan liefst aanplanten in groepen zodat de planten voor hun eigen schaduw op de bodem kunnen zorgen. verder goed opletten met water geven, zeker de eerste jaren in de zomer.
Wanneer de Rhodo zijn blad oprolt probeert de plant feitelijk de oppervlakte van het blad te verkleinen zodat er flink minder water verdampt. Gebeurt dit oprollen in combinatie met geel blad dan kan het ook zijn dat de plant juist té nat staat. De wortels rotten dan langzaam weg en de plant kan als gevolg natuurlijk niet genoeg water meer opnemen en reageren op de droogte ín de plant.
Rhododendron soorten hoeven in principe niet gesnoeid te worden, het kan wel maar de vorm van de struik is al snel in het geding dus wordt het afgeraden.
Mocht het toch noodzakelijk zijn om te snoeien wees dan niet bang, een flink toegetakelde Rhododendron zal met tijd (hij groeit niet te snel) herstellen. De beste tijd om te snoeien is vroeg in het voorjaar vlak vóór of tijdens de bloei, snoei altijd vlak boven een bladkrans, uit de oksels van de bladeren ontstaan nieuwe groeischeuten.
Direkt ná de bloei, zeker bij grootbloemige soorten is het aan te raden de uitgebloeide bloemen goed te verwijderen, gebeurt dit niet zal de plant het jaar erop slecht of niet bloeien doordat de plant met al zijn energie zaden gaat maken in plaats van nieuwe bloemknoppen. Bloemknoppen worden zeer snel ná de bloei aangemaakt in de nieuwe scheuten die naast de oude bloemplaats uitgroeien. Bolle knoppen met een punt zijn bloemknoppen terwijl langwerpige knoppen groeiknoppen zijn.
Wilgen (salix) op stammetjes of als boom, hoe onderhoud je die?
De Salix (wilg) is een snelgroeiende boom die in heel veel varieteiten te vinden is, zowel in de natuur als in de tuin.
Een paar voorbeelden zijn b.v. de bekende Knotwilg, de katjes wilg (treurvorm) de grote treurwilg en recenter het japans wilgje.
KNOTWILG:
De wilgen die we in de natuur vinden zijn veelal ook gecultiveerd. Neem nou de knotwilg een puur Hollands plaatje, het is eigenlijk niets anders als een flinke dikke tak van een Salix caprea die in het voorjaar als een paal in de grond wordt geduwd deze paal gaat wortelen en uitlopen. Na verloop van tijd worden uitlopers op de stam verwijderd, en de takken aan de top mogen doorgroeien. Deze takken worden vervolgens 1x per jaar of per 2 jaar in de wintermaanden teruggezaagd waarna ze in het voorjaar weer opnieuw uitlopen en langzaam maar zeker de karakterestieke ‘knot’ ontstaat.
Na jaren worden de stam en de knot alsmaar grilliger en dikker waardoor een oer-Hollands plaatje ontstaat, die op veel schilderijen, foto’s en vvv-folders terug te vinden is.
TREURWILG:
Salis alba Tristis is de latijnse naam, bij de meeste van u zeker ook bekend als grote sierlijk afhangende bomen die vroeg in het voorjaar met kleine fris groene blaadjes als 1 van de eerste bomen het voorjaar inluid. Deze bomen worden over het algemeen aangeplant waar flink ruimte is. Voor de gemiddelde particuliere tuin is hij eigenlijk veel te groot. Je zou de treurwilg in toom kunnen houden door hem te behandelen als een knotwilg, dwz 1x per 2 jaar compleet terug snoeien tot een van te voren bepaalde grootte. Deze snoei wordt veelal ook in de winter of het vroege voorjaar toegepast. De boom groeit in het voorjaar weer uit en zal zo snel weer afhangende takken vormen dat er in de zomer nauwelijks nog te zien is dat hij zo sterk gesnoeid is.
GECULTIVEERDE WILG(JES):
De ‘moderne’ wilg is vaak een klein soort die veredeld is op een onderstam van een tevoren bepaalde hoogte, dit betekend dat deze niet hoger wordt dan de hoogte van de stam als u hem aanschaft.
Het is bij deze soortjes wel belangrijk dat u regelmatig wat onderhoud pleegt. Dit bestaat voornamelijk uit het regelmatig snoeien van het kroontje om hem mooi te houden. Dit houdt in dat er 1x per jaar (in het vroege voorjaar als de eerste bladknopjes uitlopen) flink gesnoeid moet worden in de kroon. Dit kan tot een paar ogen van de ent. Eventueel kunnen alle takken op deze manier weggesnoeid worden, maar u kunt voor het oog een aantal takken laten staan om niet meteen met een kale stam geconfronteerd te worden. Alle soortjes lopen snel weer uit in het voorjaar de takken die u eerder heeft laten staan knipt u in de zomer als nog weg. Zou houdt u een compacte kroon die niet te zwaar wordt voor het veelal nog dunne stammetje.
De bekenste soorten van de ‘kleine’ stamwilgjes zijn de Salix caprea Kilmarnock en de Salix integra Hakuro Nishikii (zie foto’s) Deze soortjes zijn verkrijgbaar op verschillende hoogtes, de onderstammetjes zijn steeds dezelfde wilgensoort nl. Salix caprea (Knotwilg) onderaan het kroontje kunt u bij aanschaf goed de plek zien waar de soort van de kroon op de onderstam is ‘gezet’ of veredeld. Snoei natuurlijk NOOIT onder deze veredeling, dan houdt u een gewone wilg over. Na aanschaf is het verstandig om de stam goed vast te zetten aan een goede steun zodat bij veel wind de bij aanvang dunne stam niet kan breken en de wortels de kans krijgen goed vast te groeien.
Heeft u nog vragen over dit onderwerp? hieronder kunt u die kwijt!
Andere vragen over andere tuinonderwerpen kunt u opsturen via ons contactformulier
Snoeien van Catalpa bignonioides Bungei en gelijkende varieteiten.
Er bestaan nogal wat twijfels over het snoeien van vele planten en bomen, hierbij wil ik een begin maken met het beschrijven van het snoeien van diverse soorten. De soorten kies ik uit aan de hand van vragen over snoeien die ik dagelijks krijg via mijn werk.
Deze keer de Catalpa bignonioides Bungei en gelijkende varieteiten. Simpeler omschreven: hoe en wanneer snoei ik een bol-catalpa?
Een bol-catalpa is eenvoudig te snoeien, alle takken mogen verwijderd worden tot op 2 ogen. De beste tijd om dat te doen is in het voorjaar wanneer de knoppen dikker worden en beginnen uit te lopen.
Dit wil niet zeggen dat er verder niet gesnoeid kan worden, b.v in de zomer wanneer de stamboom volop in het blad staat kan hij ook compleet terug gesnoeid worden als dat nodig is (b.v. in verband met ziekte, schimmels of het moeten verplanten ).
Snoei vlak voor de winter, of tijdens de winter is niet aan te raden, het merg van de Catalpa is erg zacht en neemt bij vochtig weer water op wat dan bij vorst weer bevriest en de boom kan beschadigen, of zelfs de hele ent kan doden.
Na een aantal jaar, kan de bol-Catalpa ook doorgroeien, en de rigoreuze snoei in het voorjaar geen verplichting. Wel zal er na verloop van tijd in de kroon behoorlijk wat dood hout ontstaan. Dit dode hout breekt meestal vanzelf af met wind en zal geen zichtbare schade achterlaten. De boom stoot de takken en bladeren automatisch af die geen, of te weinig zonlicht krijgen, en ‘snoeit’ op deze manier zichzelf. Vandaar dat ik de Catalpa wel eens een ‘zelfsnoeiende boom’ noem.
Winter- en Zomerheide (Erica en Calluna)
Winter- en Zomerheide planten moeten in de tuin 1x per jaar worden gesnoeid.
De Zomerheide (Calluna varieteiten) bloeit vanaf de nazomer tot ongeveer november/december. Winterheide (Erica varieteiten) bloeit vanaf oktober tot soms april. Het onderhoud van deze planten is vrij gemakkelijk.
Bij het planten is het goed om flink tuinturf of turfmolm (strooisel) toe te voegen aan de grond. De heideplanen hebben een wat zurige grond nodig die goed vocht vast kan houden in de bovenlaag.
Om te zorgen dat de planten mooi blijven moet er ieder jaar flink gesnoeid worden in heide. Gebeurd dit niet dan worden de planten ieder jaar hoger en worden ze onderin bruin en dor. Feitelijk ‘leeft’ alleen de bovenste helft. Een uitgegroeide heide plant (maakt niet uit of dit zomer of winterheide is) kan je niet meer terug snoeien omdat het dorre gedeelte niet opnieuw uitloopt.
Vanaf half april kunnen alle heide planten gesnoeid worden, knip eenvoudig met een snoei- of heggeschaar de planten terug tot een centimeter of 15. Kort na de snoeibeurt beginnen de planten opnieuw uit te lopen, op de nieuwe uitlopers ontstaat de nieuwe bloei voor het komende bloeiseizoen.
Direct ná het snoeien geeft u een dosering speciale heidemest om het uitgroeien te bevorderen.
Vaak wordt het zo rigoreus terugsnoeien van planten als ‘eng’ beschouwd, maar niets is minder waar. Als je kijkt hoe het op de heide gaat en er even over nadenkt is het eigenlijk logisch. Op de heide grazen de schapen de heide in het voorjaar compleet af en nergens doen de planten het zo goed als daar! Natuurlijk loopt er geen herder met schapen door uw tuin dus.. doet u het zelf met de schaar.
Het gazon na een sneeuwrijke winter
Na de afgelopen flink sneeuwrijke winter zijn de meeste gazonnetjes en grasveldjes er slecht aan toe. Nu lijkt het erger als het is, maar er is wel wat actie nodig om het geheel er weer piekfijn uit te laten zien in de komende zomer.
Om te beginnen wees niet te gehaast om direct al flink actie te ondernemen. Het is nog februari en de winter kan ieder moment nog een keer terug komen. U kunt nu wel kalk strooien wat het ontstaan van mos in het latere voorjaar en zomer belemmert.
Zodra het echt voorjaar wordt, meestal vanaf half/eind maart kunt u het onderhoud aan uw gazon beginnen. Als het nodig is kunt u beginnen met verticuteren, dit om het mos wat van vorig jaar nog aanwezig is te verwijderen en de oppervlakkige wortels van het gras wat te beschadigen. Dat beschadigen laat het gras na de andere handelingen verdikken zodat er weer een volle grasmat kan ontstaan.
Wat te doen met uw gazon vanaf eind maart:
- Maai en/of verticuteer het gras als dit nodig is.
- Eventueel kunt u met ‘reparatie-graszaad’ kale plekken opnieuw bijzaaien zodat deze weer snel kunnen dichtgroeien.
- Strooi een goede gazonmest, ons advies is Ecostyle’sBio Gazon AZ te gebruiken. het is wat duurder per zak, maar omdat u dit slechts hooguit twee maal per jaar hoeft te doen, en niet om de 5 á 6 weken is het per seizoen voordeliger. Bovendien geeft het het beste resultaat. Niet voor niets dat vele hoveniers hetzelfde gebruiken! ( meer info over Ecostyle )
- Strooi het gazon af met scherp zand (rivier of breker zand). Dit lijkt waanzin, want als u klaar bent ziet het er niet uit! dit is slechts tijdelijk, het scherpe zand ‘zakt’ weg in de bovenlaag van het gazon wat de waterdoorlatendheid bevorderd én het levert een stevige viltlaag op.
- Na het af strooien met scherp zand is het goed om het gazon te ‘prikken’ Dit kan met een riek of een speciale roller met pennen. Door het ‘prikken’ onstaan gaatjes in hettoplaag die vollopen met zand en zodoen de voor een veel betere afwatering zorgen.
- Na een paar weken is het gazon hersteld en mooier en steviger als voorheen.
- Pas eind juli begin augustus is (op maaien na) hoeft u de volgende handeling te doen nl. nogmaals met Bio Gazon AZ bemesten zodat het gazon optimaal het najaar en dan weer de winter in kan gaan.
Tijdens de zomermaanden kunt u als u regelmatig het gras maait bij temperaturen boven de 10-15 graden celcius het afgemaaide gras laten liggen, dit wordt door de bacteriën die in de Bio Gazon AZ zitten weer omgezet tot voeding die door het gazon opgenomen kan worden. U creëert in feite een kringloop.
Maai bovendien het gras niet te kort, stel uw grasmaaier af op minimaal 4,5 cm. liefst niet korter! dit heeft geen zin, en zal het gras alleen maar zeer doen uitdunnen met alle gevolgen van dien.
Tuintrends 2010: groen en geborgenheid
Zin om de tuin (opnieuw) in te richten? Laat je inspireren door de nieuwste tuintrends: Exuberant Romantic Garden, Bohemian Spirit Garden en Closed Transparant Garden.
Exuberant Romantic Garden
Het blauwgroene tuintype – met een enigszins klassieke smaak – kan volop genieten in de Exuberant Romantic Garden. Deze tuin is op en top romantisch. Van buxushaag tot fontein, van slingerpaadje tot rozenboog, alle romantische clichés zijn hier ingezet, zonder dat het oubollig wordt. Het zijn weliswaar nostalgische elementen, maar op een eigentijdse manier toegepast.
De veranda zorgt voor de nodige beschutting en is dé plek om lekker uit te pakken met decoratieve elementen. Van smeedijzeren meubels tot accessoires met decoratieve dessins, zoals bloemen en klassieke strepen. Die zijn hier helemaal op hun plaats, net als strikken en franjes. De kleurstelling is wit met zachte, zoete pasteltinten. Enkele felle accenten geven het geheel een frisse, eigentijdse uitstraling.
Kleur en overdaad zie je ook terug in de borders. Bloeiende klimplanten en weelderige rozen in pasteltinten zijn favoriet. De rozen zijn bij voorkeur geurend en dubbelbloemig. Overdaad mag!
Bohemian Spirit Garden
Het gele tuintype voelt zich meer aangesproken door de ongedwongen sfeer van de Bohemian Spirit Garden. In deze vrolijke, decoratieve tuin mag geleefd worden. Er is volop ruimte om te spelen, te ontspannen en creatief bezig te zijn. Deze tuin ademt: vrijheid, blijheid!
De boomhut (van eerlijk hout) heeft er een prominente plaats. Deze biedt tegelijkertijd beschutting aan het ondergelegen terras, waar tot laat in de avond geleefd kan worden. De inrichting lijkt een ratjetoe van eigentijdse en ambachtelijke meubels en accessoires. Maar deze zijn met zorg uitgezocht en hebben allemaal dezelfde nonchalante uitstraling. Zelfbedachte, creatieve oplossingen, zoals gerecyclede producten, maken de tuin nog persoonlijker.
Heldere kleuren, zoals rood, paars en blauw, dragen bij aan de uitbundige sfeer. Pasteltinten mogen er gerust bij. Dessins zijn een must, denk aan bloemmotieven, ruiten en folkloremotieven.
De beplanting heeft net zo’n nonchalante uitstraling als de rest van de tuin. Landelijk ogende bomen, zoals knotwilg en els, zijn gecombineerd met kleurrijke, uitbundig bloeiende borders. Ook een appelboom en aardbeienplantjes zijn hier helemaal op hun plaats. Om lekker van te snoepen!
Closed Transparent Garden
Het blauwe tuintype – de liefhebber van design – kan zijn hart ophalen in de Closed Transparent Garden. In deze strak vormgegeven tuin lopen binnen en buiten geruisloos in elkaar over. De natuur is heel dichtbij, waardoor je zelfs in de (glazen) serre het gevoel hebt buiten te zijn. De natuur is iets om zuinig op te zijn. Daarom wordt voor de verlichting en verwarming gebruik gemaakt van zonne- en windenergie.
Heggen en muurtjes zorgen in deze designtuin voor de nodige beschutting, waardoor privacy gewaarborgd is. Tegelijkertijd maken doorkijkjes de tuin ruimtelijk. Dit spannende spel tussen open en dicht, transparant en compact, is overal aanwezig. Het komt bijvoorbeeld ook terug in de gevlochten en geperforeerde meubels.
Kunststoffen passen goed in deze strak vormgegeven tuin, maar de nadruk ligt op natuurlijke materialen, zoals hout, glas en keramiek. Ook het kleurenpalet heeft een natuurlijke uitstraling. Wit is de belangrijkste kleur. Mooi in combinatie met natureltinten en enkele lichtgele en bruinoranje kleuraccenten.
De borders zijn strak en contrastrijk. Compacte bodembedekkers worden afgewisseld met transparante, wuivende siergrassen. Ook witbonte planten verbeelden transparantie, net als de bamboe die zowel binnen als buiten terugkomt.
Bron: PPH.nl




