Onze Nieuwsbrief ?

Vul uw email-adres in:

TuinHulp-GroenDesign.

TuinHulp.com is een onderdeel van TUINHULP-GROENDESIGN, we verzorgen tuinontwerpen in de Regio Zuid-Limburg.

Volg ons op Twitter:

Follow TuinHulp on Twitter

Kalender

mei 2012
M D W D V Z Z
« mrt    
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Kamerplanten

Medinilla magnifica, hoe te houden en verzorgen.


Medinilla magnifica:

  • Familie: Malastomataceae.
  • Oorsprong: Filippijnen
  • Komt voor: Azië en tropisch Afrika in het laagland van de regenwouden.
  • Waar groeit de plant: Op takken van bomen (epiphyt)

Medinilla is een spectaculair bloeiende kamerplant die door veel mensen prachtig gevonden wordt maar aan de andere kant verafschuwd door de ‘moeilijke’ verzorging en de problemen die men ondervindt na de aanschaf.

Deze angst voor de moeilijke verzorging is ongegrond, een Medinilla is eigenlijk heel gemakkelijk te verzorgen maar je moet even weten hoe het moet! Als het kwartje van deze fantastische plant eenmaal is gevallen kan iedereen ermee omgaan en er heel lang plezier van beleven!

Na aanschaf van de Medinilla (meestal in knop of bloei) kan de plant zonder al teveel problemen tot twee maanden door bloeien, alleen hebben veel consumenten last van bladval, en het zwart worden van stengels en bladeren waarna de plant de vuilnisbak in verdwijnt. Zonde van zo’n niet goedkope plant!

Om een plant goed te verzorgen moet je eigenlijk zijn natuurlijke omgeving kennen en zoveel mogelijk nabootsen. Een Medinilla is een Epifyt en groeit op takken van bomen in tropische regenwouden. Een epifyt is een plant die groeit op andere planten zonder er schade aan te veroorzaken of voeding van zijn host weg te nemen. Een ander heel bekend voorbeeld van een epifyt is de Orchidee.

Epifyten die op deze manier groeien, moeten hun vochtbehoefte uit de lucht nemen en kunnen dus met kleine hoeveelheden water goed functioneren, sterker nog teveel water zal grote problemen veroorzaken. Tropische regenwouden zijn warm en de Medinilla heeft dan ook een hekel aan koude.

Conclusie is dan ook dat verreweg de meeste problemen met de Medinilla worden veroorzaakt door teveel water en koude. Nu helpt het tijdstip van aanbod niet mee om de problemen te voorkomen. Medinilla’s worden meestal aangeboden vanaf oktober/november de tijd dat de bloei begint. Het is dan ook zaak om bij aanschaf goed te vragen of de plant niet te nat en te koud heeft gestaan én de plant goed te laten inpakken alvorens ermee naar buiten te gaan.

Standplaats:

Eigenlijk al behandelt, een lichte plaats, liefst met hoge luchtvochtigheid, weinig of geen direct zonlicht, en warm genoeg. (tussen de 18 en 30 graden Celsius)

Water geven:

Geef de Medinilla tijdens de bloei matig water en om de week een beetje vloeibare voeding, let op de plant liever iets droog dan nat!

Na de bloei ga je weinig water geven en stop je met het voeden totdat er uit het hart van de bladeren nieuwe stengeltjes beginnen te groeien. Op dat moment ga je weer iets meer water geven en om de week vloeibare voeding.

Zodra de nieuwe stengels en bladeren zijn uitgegroeid schakel je weer terug naar weinig water en géén voeding. Nu geduldig afwachten totdat er in het hart van de nieuwe bladeren een heel klein nieuw bloemknopje gaat ontstaan. Als je er zeker van bent dat het om een nieuwe bloemknop gaat mag je het water geven weer iets gaan opvoeren en ook weer om de week voeding gaan geven. De stelling blijft: LIEVER IETS DROOG DAN TE NAT!

De Medinilla bloeit rond november tot ongeveer januari/februari, hierna duurt het dus weer tot november voordat er weer nieuwe bloei is.

Snoeien:

Mocht na een aantal jaren de plant te groot worden is het mogelijk om te snoeien, hierbij let je op de vorm van de plant en haal je altijd hele stengels weg tot op de plek waar ze zijn ontstaan.

Stekken:

De Medinilla is goed te stekken als u maar wat geduld heeft.

Snoei een jonge scheut weg bij het punt van ontstaan en knip zeker de helft van de bladeren weg om de verdamping kleiner te maken.

Snij de stengel goed schuin af met een scherp mes, dompel de snoeiwond in stekpoeder.

Vul een kweekpotje van zo’n 13 cm. met stekgrond en steek daar de scheut in. Plaats de stekpot op een lichte plaats uit de zon en zorg voor warme voeten (rond de 30 graden Celsius) ook hier spaarzaam met water, beter is om de plant met een planten spuit af en toe te nevelen dat is voldoende.

Na ongeveer 1 á 2 maanden kan de stek met zijn jonge worteltjes voorzichtig worden opgeplant in een grotere pot met een goede potgrond. Hierna gaat u het jonge plantje verzorgen zoals een volwassen plant. Wederom voorzichtig met water, bij twijfel liever overslaan.

(Vlinder) Orchidee of Phalaenopsis, hoe te houden en verzorgen.

Velen vinden het nog steeds lastig als het gaat om de verzorging van een Orchidee.

In dit artikel wil ik graag de verzorging van de Vlinder Orchidee (Phalaenopsis)  uit de doeken doen.

Eerst de prachtige latijnse naam van de plant, zoals bij vele planten is de naam een weerspiegeling van de plant zelf, in dit geval een orchidee met bloemen die veel weg hebben van een vlinder. Eigenlijk is de latijnse naam in dit geval meer Grieks, ‘Phalaina’ is het griekse woord voor ‘Vlinder of Nachtvlinder’ en ‘Opsis’ betekend zoiets als ‘lijkt op’

Standplaats:

In de huiskamer voelt de Vlinder Orchidee zich prima zolang de temperatuur ergens tussen de 17-18 en 24-25 graden Celcius ligt. Zoals veel kamerplanten verlangt zij het liefst een plaats met veel licht, maar absoluut zeker geen direct zonlicht. Dit is te verklaren door te kijken naar de natuurlijke standplaats van veel van onze kamerplanten nl. in een woud onder bomen in warme streken. U kunt zich voorstellen dat de temperatuur belangrijk is, de luchtvochtigheid (die is in onze huizen nogal eens ongezond laag!) én dat er door een bladerdek van bomen natuurlijk geen direct zonlicht op deze planten valt. Om kamerplanten zo goed mogelijk te verzorgen moeten we zoveel mogelijk de natuurlijke omstandigheden benaderen.

Orchideëen zijn epifyten dit houdt kort in dat zij niet met hun wortels in de grond groeien, maar zich vasthechten aan/in bomen ónder het bladerdek en zelf blad (groen) hebben. Ze zijn dus zeker geen last of hinder voor de bomen waar zij in groeien omdat ze zelf in staat zijn om suikers te produceren met hun bladgroen, en omdat de luchtvochtigheid zeer hoog is in hun leefomgeving kunnen zij met hun luchtwortels voldoende water uit de lucht halen om te overleven.

Hierbij heeft u een zeer belangrijke leidraad te pakken als het gaat om de verzorging van een (vlinder) orchidee, nl. dat zij met zeer weinig water dus prima functioneren.

Verzorging:

Ik begin bij het lastigste, (maar dat is gelukkig écht niet zo!) nl. water geven.

Zoals eerder besproken is een Orchidee een epifyt en haalt met zijn dikke LUCHTWORTELS water uit de lucht ofwel zijn directe omgeving. Nu zult u denken, ‘de plant zit toch in een pot?’ dat klopt, maar dat is gedaan om het ons makkelijker te maken hem in een sierpot op tafel, of op de kast te zetten.

De kwekers van de Orchidee zetten de plant in een doorzichtig plastic potje opgevuld met houtsnippers dit is een prima begin voor gemakkelijk onderhoud. Dompel uw Orchidee zo ongeveer één keer per twee weken onder in b.v. de gootsteen met lauw water. Laat de plant hierna grondig uitlekken voordat je hem terug in zijn sierpot zet! de plant mag niet met zijn wortels in een laagje water staan. Een uitzondering kan een speciale orchideëenpot zijn, door een slim randje in de pot kan er een klein laagje water onderin de sierpot blijven staan zonder dat de plant met de wortels direct contact heeft. 

Als u twijfelt of het dompelen wel nodig is, kijk dan eens goed naar het doorzichtige plastic potje waar de plant in staat. Is daar nog vochtige aanslag (waterdamp) te zien dan is het nog wat te vroeg, andersom als dit niet te zien is kan hij gedompeld worden.

Voeding toevoegen aan het water moet u niet doen als de plant is uitgebloeid en opnieuw in de knop moet komen, doet u dit wel heeft u grote kans op veel en prachtige bladeren maar weinig of geen nieuwe bloemen. Pas als de plant duidelijk begonnen is aan een nieuwe bloemstengel kunt u voeding gaan geven, dit houdt u vol totdat de eerste bloemen open gaan, dan kunt u weer stoppen met voeden.

Snoeien:

Ik hoor van veel mensen dat zij de oude bloemstengel direct wegsnoeien als de laatste bloemen zijn uitgebloeid. Dit moet je zeker niet doen! laat de stengel met rust, want heel vaak ontstaan de nieuwe bloemstengels op de oude. De plant heeft veel energie gestoken in de bloemstengel het is zonde om deze zo snel weg te snoeien. Pas wanneer een stengel gaat verkleuren als teken van afsterven kunt u hem wegnemen.

Hoe krijg ik hem opnieuw in bloei?:

Een Phalaenopsis krijg je eenvoudig weer in bloei, wat je vooral nodig hebt is geduld.

Nadat de laatste bloemen zijn afgevallen verplaats je de plant naar een lichte plaats waar hij in alle rust nieuwe bloemstengels en knoppen kan maken. Veelal ontstaan de nieuwe stengels op de oude stengels of onder in de plant waar ook het blad ontstaat. De verzorging blijft vrijwel gelijk als tijdens de bloei u mag de plant echter best ‘een keertje vergeten’. Een plant die het een beetje moeilijk heeft zal in het algemeen sneller tot bloei komen.

De Kerstster (Euphorbia pulcherrima) Hoe te houden en verzorgen

Algemeen
De populaire kerstster behoort tot de wolfsmelkachtigen en is verre familie van de cactus. De officiële naam (Euphórbia pulchérrima) is volgens de overlevering afkomstig van Euphorbos, de lijfarts van koning Juba II van Numidië. Die ontdekte de geneeskrachtige werking van planten uit het wolfsmelkgeslacht.

Verzorging
De kerstster is inheems in de vochtige bergstreken van Mexico en Midden-Amerika. In onze kille Hollandse winter heeft hij dan ook speciale verzorging nodig. De temperatuur moet minimaal 15 °C zijn. De kerstster houdt van een lichte standplaats, maar verdraagt tijdens de bloei geen direct zonlicht. Zorg voor voldoende vocht. De droge lucht van de centrale verwarming is vaak de oorzaak van voortijdig bladverlies. Zet uw kerstster 1x per week een minuut of tien met de voeten in een laagje lauw water en laat een deel van het water optrekken in de pot. Hierna goed laten uitlekken en dan terugzetten in de sierpot. (Let op géén natte voeten in de sierpot!), af en toe de plant licht en heel fijn nevelen met een plantenspuit kan bladval voorkomen doordat de luchtvochtigheid dan toeneemt.

Variëteiten
De bloemen van de kerstster zijn vrij onopvallend. Zijn populariteit dankt hij aan zijn gekleurde schutbladeren. Naast de bekende rode en witte variëteiten zijn er tegenwoordig ook kerststerren met geel, crème en roze schutblad. Ook qua vorm heeft u de keuze. Zo vindt u bij uw tuincentrum kerststerren op stam en mini-kerststerretjes, die u bijvoorbeeld in kerststukjes kunt verwerken.

Kerstarrangementen
Een kerstster kan heel goed het kleurige middelpunt vormen van een zelfgemaakt kerststukje. Er zijn twee dingen waar u op moet letten. Neem een bakje of mandje dat niet lekt, want u zult uw kerststukje water moeten blijven geven. En wees voorzichtig dat u de wortels niet beschadigt.

Overhouden
De kerstster is een zgn. kortedagplant. Hij krijgt méér gekleurde bladeren en bloemknopjes naarmate de dagen korter worden.Uiteindelijk zullen de schutbladeren groen kleuren of afvallen. Als dat gebeurt, kunt u de scheuten tot de helft terugsnoeien en de plant iets koeler zetten 12 – 15 °C). In de zomer kan hij naar buiten, maar haalt u hem half september weer binnen. Om hem weer in bloei te krijgen, mag hij nu twee maanden lang maar 10 uur licht per dag hebben. De overige 14 uur moet de plant volkomen in het donker staan.