November, Gezellig buiten
In het late najaar, tijdens de winter en in het heel vroege voorjaar is een vrolijke, warme kleur buiten in de tuin, op het terras of balkon een ware verademing. Als daar ook nog een heerlijke geur bij komt, is het effect helemaal geweldig. Dat lukt met een aantal kleine heesters die het zelfs in plantenbakken op terras of balkon uitstekend doen.
Wat te doen in november?
Plant heesters nu om er de komende maanden steeds weer van te genieten. Uw zomerbloemen zijn uitgebloeid. Ruim de bakken waarin die groeiden niet op, maar maak ze schoon, bekleed ze van binnen met noppenfolie voor isolatie (drainagegaten vrijlaten), vul ze met verse potgrond en zet er uw winterkleurplanten in. In de volle grond van uw tuin doen ze het natuurlijk ook.
Soorten heesters
Over enkele bijzondere soorten heesters die doen wat we beloven. De heesters zorgen voor kleur en geur tijdens de wintermaanden. De eerste die we noemen is Skimmia japonica ‘Rubella’, een mannelijke cultivar van deze groenblijvende heester dat de hele winter door dikke trossen dieprode knoppen draagt die fraai afsteken tegen het leerachtige, warmgroene blad. Tijdens windstille winterdagen kunt u de zoete geur van deze Skimmia ruiken. Door strenge kou wordt de kleur nog dieper en krijgen ook de bladeren een rode rand.
Als deze Skimmia in maart/april open bloeit kan hij vrouwelijke Skimmia’s bestuiven. Zo’n vrouwelijk ras is bijv. Skimmia japonica ‘Nymans’ dat wit bloeit en daarna keiharde, felrode bessen vormt die heel lang aan de plant blijven omdat de vogels ze deze bessen niet lusten. Een andere, zeer bekende Skimmia japonica met bessen is ‘Veitchii’. De eveneens vrouwelijke cultivar ‘Kew White’ vormt witte bessen. De Skimmia japonica ‘Fragrant Cloud’ geurt extra sterk.
Bloemen en bessen
Skimmia reevesiana is een heester uit China dat maar 50 cm hoog wordt, maar deze soort is van nature tweeslachtig. Hij kan dus zichzelf bestuiven, waardoor iedere plant na de bloei (wit, in mei) bessen vormt. Die rijpen in de herfst en ze zijn donkerrood. Ook bij deze Skimmia blijven ze heel lang aan de struikjes. U kunt ze nu met hun kleurige bessen kopen.
In de natuur is nooit iets voor honderd procent geldig. Er zijn altijd uitzonderingen: zo komt het dat er van deze Skimmia toch een mannelijke cultivar bestaat, ‘Ruby King’ die dus geen bessen vormt, maar wel de hele winter mooie rode bloemknoppen toont.
Bergthee (Gaultheria procumbens) is een kleine, kruipende, wintergroene en bodembedekkende heester uit Noord-Amerika. Deze heester wordt niet hoger dan 15 cm en heeft leerachtig, glanzend, groen blad. Bergthee bloeit in juli-augustus met witte bloempjes (maar heel onopvallend) waarna kogelronde, rode bessen worden gevormd die ook bij deze soort lang aanblijven.
Verzorging
Al deze heesters doen het uitstekend op een licht beschaduwde plek. Maar wel in kalkarme grond. Normale potgrond is prima, heideplantengrond is beter. Snoei is eigenlijk nooit nodig, maar de kleurrijke takken met blad en knoppen of bessen worden wel heel graag in kerststukjes verwerkt.
Mooie combinaties
De genoemde heesters zijn erg fraai samen met andere, kleine, zure grond minnende planten zoals dwergconiferen, winterheide, maar ook een combinatie met een Helleborus-soort (bijv. de kerstroos, H. niger) is heel mooi.
Tuintips voor november:
- Zorg voor winterbescherming van uw gevoelige vaste planten (winterdek)
- Bij goed weer het gazon nog een laatste keer maaien
- Regentonnen, watercontainers e.d. leegmaken
- Sproeisystemen en buitenwaterleiding aftappen
- Reparaties in de tuin uitvoeren
- Bladverliezende bomen en heesters (ver)planten
- Bolgewassen planten
- Tuinmeubilair schoonmaken en opruimen
- Zorg voor strooizand tegen gladheid
Groene vijvers en UV-C filters, hoe wat waar en waarom
Veel mensen met een vijver hebben last van groen water in de zomermaanden, wat is het probleem? wat kan groen water veroorzaken en wat kan er aan gedaan worden?
Heel kort door de bocht is de ooraak van groen water (zweef-algen):
- Teveel voeding in het water: Oorzaken zijn meestal teveel vissen, te weinig planten of een combinatie van beide.
Nu we weten wat de oorzaak van het probleem is kunnen we een oplossing bedenken door simpel en logisch na te denken.
Wat zijn ‘teveel vissen’ in een vijver?:
Als je een vijver op een natuurlijke manier zonder dure filters en producten helder wilt krijgen en houden moet je het visbestand in de hand houden, 10 visjes op iedere 1000 liter water inhoud van de vijver is een redelijke houvast bij niet al te grote vissen. Zijn de vissen flinker van maat, dan is het beter om ervan uit te gaan dat 1 meter vis per 1000 liter water het maximum is.
Vissen eten, en ontlasten net als wij. Ontlasting van vissen is mest of voeding in het vijverwater, bij aanwezigheid van veel voeding in het water is er voldoende voor zweefalg en draadwier om zich te ontwikkelen.
Draadwier:
Draadwier kan simpel handmatig uit de vijver worden verwijderd en is vaak in het vroege voorjaar aanwezig. Vroeg in het voorjaar is het water nog koud van de winter en moeras en waterplanten kunnen nog niet uitgroeien. Een kleine periode in het vroege voorjaar (normaal eind Februari t/m eind Maart) is het water warm genoeg voor draadwier om zich te ontwikkelen, maar voor moeras en waterplanten nog niet. De draadwier kan in deze periode profiteren van de volop aanwezige voeding en zal flink kunnen uitgroeien. Het water in een vijver met veel draadwier is over het algemeen mooi helder, aan de ene kant omdat het nog te koud is voor zweef-alg en aan de andere kant omdat de draadwier veel voeding uit het water wegneemt.
Draadwier bestrijden (als gewenst) is simpel, je kan met een stok de wieren opdraaien en uit de vijver verwijderen. Er zijn ook veel middeltjes tegen draadwier waarvan er vele zijn gebaseerd op koper. Koper in het water is iets waar een lagere plant zoals de draadwier niet mee overweg kan, en de plant zal snel verslijmen en verdwijnen. Echter na een paar weken kan hij alweer opnieuw opduiken. Ik ben geen fan van koper-gebaseerde middelen omdat het een zwaar metaal is wat er in de vijver wordt gegooid beter is de draadwier af en toe te verwijderen. Zodra de moeras en waterplanten gaan groeien en voeding opnemen uit het water zal de uitgroei van draadwier sterk verminderen. Let wel op uw waterwaarden, zorg dat het water hard genoeg is (waarde liefst minstens 10º Duitse hardheid) Draadwier doet het minder goed in deze omstandigheden, evenals zweefalgen.
Zweefalg:
Zweefalg is een probleem dat pas voorkomt in het latere voorjaar en de zomer t/m het najaar. Zodra het water in de winter onder de 10 / 12 ° C duikt is de groei van de zweefalg gestopt en wordt het water helderder.
Net als draadwier kan zweefalg alleen uitgroeien als er voldoende voeding aanwezig is om van te profiteren. Zijn er veel vissen dan is er veel voeding in het water, en zijn er (te)weinig planten wordt er te weinig voeding opgenomen zodat er een overschot is. Van dit overschot kan een zweefalg profiteren en op uitgroeien.
Heel simpel uiteen gezet kunt u zich het volgende voorstellen. Stel in een vijver is 1 kilo voeding aanwezig, en de aanwezige moeras en waterplanten kunnen bij elkaar 800 gram opnemen. Dit betekend dat er 200 gram overblijft waar dan zweefalgen en/of draadwieren van kunnen profiteren.
Waterwaarden:
Belangrijk voor moeras en waterplanten om voeding optimaal op te kunnen nemen uit het water zijn de waterwaarden. De belangrijkste waarden voor het goed functioneren van een vijver zijn de GH, KH en PH waarde.
Heel vaak wordt er veel gepraat en gekeken naar de PH waarde, echte de GH en KH waarde zijn veel belangrijker omdat de combinatie van deze mede de PH waarde bepalen alsook de hoeveelheid zuurstof die het water kan binden.
Laat dus bij problemen altijd uw waterwaarde testen en zorg dat u redelijk precies de waterinhoud en het plant en visbestand van uw vijver weet.
UV-C filter:
Als er zich ondanks alle goede zorg toch veel problemen blijven voordoen in de vijver, misschien omdat u b.v. geen afscheid wil nemen van een deel van het visbestand, dan zijn er altijd nog hulpmiddelen die ervoor kunnen zorgen dat zweefalgen worden bestreden zonder dure middelen.
Het UVC filter is een simpel maar zeer effectief wapen tegen zweefalg (NIET TEGEN DRAADWIER) het vijverwater met de zweefalg wordt opgepompt door een buis met daarin een glazenbuis waar de sterke UVC lamp brand. De zweefalg is erg gevoelig voor de directe blootstelling aan het UVC licht en verbrand. Na verloop van tijd blijft er geen zweefalg meer over in de vijver en is het water helder.
De lamp in een UVC filter is verwisselbaar, en moet om de 5000 / 6000 uur gebruik worden verwisseld. Normaal gesproken bij constant gebruik komt dit overeen met één seizoen van maart tot november. In november maakt u het UVC filter los, maakt hem schoon en slaat u hem op voor de winter om bevriezen en breken van het quartsglas te voorkomen. Deze glazen buis in het UVC filter is zeer kwetsbaar en moet zeer voorzichtig worden behandeld.
Tegenwoordig worden UVC filters niet alleen los, maar ook gecombineerd met een pomp of met een (druk)filter aangeboden. Als u alleen last heeft van zweefalg in een verder redelijk normale natuurvijver is een los UVC filter of een combinatie van pomp met UVC filter voldoende, als u niet alleen last heeft van groen water, maar ook andere troebelheden door vissen of andere redenen is een doorstroom of drukfilter in combinatie met UVC filter beter. Deze laatste filters vangen ook kleine zwevende deeltjes op dmv andere filtermaterialen zoals schuimringen en of substraten en watten. Die zwevende deeltjes kunnen kleideeltjes zijn of opdwarrelende planten resten. Door ze op te vangen in filter materiaal worden ze uit de vijver verwijderd en dit zorgt uiteraard voor een beter beeld.
Voor een groen effect
Groene planten zijn onmisbaar in natuur, tuin en milieu. Ze maken de zuurstof die de basis van ons leven vormt. ‘Eeuwig groene’ planten vormen daarbij de superklasse. Groen is de basiskleur van het leven. Dat komt door het groene chlorofyl in levende plantencellen. Groen is absoluut (ook gevoelsmatig) de belangrijkste kleur in een tuin. Groen is – heel symbolisch – de verbindende mengkleur tussen aarde (rood en geel) en lucht/water (indigo en donkerblauw). De levende, groene laag op onze aarde ontstaat letterlijk uit de verbinding van aarde, lucht en water. Samen met de ‘harde materialen’ zijn groenblijvende planten de meest constante elementen in een tuin en in deze tijd van het jaar brengen we ze ook graag in huis. Geniet ervan!
Planten die de tuin altijd groen kleuren, worden ook wel ‘wintergroene’ planten genoemd. Dat kunnen loofbomen, coniferen, heesters of vaste planten zijn. Wintergroene planten trekken zich weinig of niets aan van onze seizoenen. Ze gaan in de koude maanden niet in rust, verminderen hooguit hun activiteit een beetje en behouden hun blad. Het is niet zo dat wintergroene planten geen blad laten vallen. Dat doen ze alleen niet ineens, maar geleidelijk (blaadje na blaadje het hele jaar door, net zoals bij veel planten in de tropen). Vaak hebben ze een special soort winterbescherming ontwikkeld: leerachtig blad, een waslaag op het blad, ze kunnen het opkrullen (bamboe) of de bladstand veranderen (Rhododendron) om de verdamping te verminderen en niet uit te drogen. Soms veranderen ze ’s winters ook een beetje van kleur om zich te beschermen (volgroen wordt bij sommige coniferen bijv. bronskleurig of roodachtig).
Heel goede groenblijvers
Er zijn er honderden om uit te kiezen en mee te combineren. Ze komen bij alle plantengroepen voor:
Loofbomen:
vooral hulstsoorten en -cultivars (Ilex), met groen, blauwgroen, of goud- en zilverbont blad en rode, oranje, gele of witte bessen (aan vrouwelijke planten, als er tenminste een mannetje van dezelfde soort in de buurt staat).
Coniferen:
bijna alle soorten coniferen zijn wintergroen (uitzonderingen zijn de bladverliezende Larix, Metasequioa, de moerascipres (Taxodium) en Ginkgo). Het loof is fijn en schubachtig (bijv. bij Thuja’s) of naaldvormig (zoals bij sparren, dennen, ceders enz.). Soms zijn die naalden zacht en zelfs mosachtig, soms hard en stug. Ze zijn er in allerlei tinten groen, blauw, geel, bont en u kunt kiezen uit hoog opgaande tot breed spreidende en zelfs miniatuur- en smalle zuilvormen. Heel bekend zijn (met naaldvormig blad): venijnbomen (Taxus), jeneverbessen (Juniperus), dennen (Pinus), sparren (Picea), zilversparren (Abies), mammoetboom (Sequoiadendron) en ceders (Cedrus). Geschubd loof hebben o.a. Chamaecyparis, Thuja, leylandcipres (× Cupressocyparis), Microbiota en Thujopsis.
Heesters:
heel mooi en sterk: laurierkersen (Prunus laurocerasus) en de soort met kleiner blad (Prunus lusitanica subsp. azorica). Ze vertakken sterk en dicht (met als extra witte, geurende bloemen en rode resp. paarse bessen). Rhododendron’s kent iedereen, evenals het broodboompje (Aucuba) en het randpalmpje (Buxus sempervirens). Hedera hibernica is een prachtige wintergroene klimop. Olijfwilgen (Elaeagnus) zijn er ook met goud- of zilverbont blijvend blad, evenals wintergroene sneeuwballen (Viburnum-soorten), de rood uitlopende en wit bloeiende Photinia × fraseri ‘Red Robin’, bamboes, bodembedekkers zoals Pachysandra en bergthee (Gaultheria) en nog veel meer.
Vaste planten:
groenblijvend zijn o.a. schoenlappersplant (Bergenia cordifolia), palmlelies (Yucca), dubbelloofvaren (Blechnum) en Nieuw-Zeelands vlas (Phormium).
TIPS
- Plant vroeg in het jaar bloeiende groenblijvers niet op het oosten om vorstbeschadiging van de bloemknoppen te voorkomen.
- Bescherm groenblijvende planten tijdens ‘ kale vorst’ en fel zonlicht tegen uitdroging door ze tijdelijk af te schermen (bijv. met tuinvlies).
Tuintips voor de winter:
Gereedschappen schoonmaken, zo nodig repareren en (laten) slijpen en opbergen. Heesters en bomen die met kale wortels worden geleverd, direct planten of tijdelijk inkuilen. Vruchtbomen en (klim)heesters snoeien. Gooi oude bestrijdingsmiddelen weg (chemisch afval). Berg tuinslangen droog op. Zorg voor goede waterafvoer en winterbescherming bij planten in potten en bakken. Noppenfolie isoleert heel goed. Vergeet de vogels niet.
Bron: PPH/Colour your life
TuinHulp.com is een onderdeel van TuinHulp-Groendesign, we verzorgen tuinontwerpen in de Regio Zuid-Limburg.
Coniferen
Veel verkocht als haagconifeer is de groep van de Thuja’s oftewel de levensboom, verkrijgbaar in verschillende tinten groen is deze groep een mooie oplossing voor het verkrijgen van privacy in uw tuin.
Wanneer u een haag gaat planten gelden er een paar regels, allereerst moet u weten of u de haag zelf gaat zetten of samen met uw buren. Samen een haag plaatsen is natuurlijk de mooiste oplossing, u kunt de kosten delen, en de haag kan precies op de scheidingslijn van de tuin geplaatst worden hetgeen natuurlijk ruimte verlies beperkt. Wanneer u de haag zelf plant is het verstandig om zo’n 20 25 cm uit de scheidslijn te blijven om zo eventuele discussies te voorkomen. Mocht het zo zijn dat uw buren bijvoorbeeld al een schutting geplaatst hebben kunt u de toekomstige haag zonder problemen “tegen” de schutting plaatsen. U moet er wel rekening mee houden dat de schutting geen licht doorlaat, en de coniferenhaag tegen de schutting geheel bruin zal verkleuren, dit is een natuurlijke reactie en kan absoluut geen kwaad, waar geen licht komt zal een conifeer nu eenmaal bruin verkleuren net zoals dit binnen in de plant ook voorkomt. Aan de buitenzijde is de plant echter mooi groen en zult u er niets van merken.
- Voor alle coniferen soorten geldt dat snoeien belangrijk is voor de ontwikkeling van de plant. Om een mooie strakke gevulde plant te krijgen is het noodzakelijk om de conifeer (haag of solitair) minimaal 1x en liever 2x per jaar te snoeien. Buiten een mooiere plant krijgt u dan ook wat grip op het uitgroeien van de plant. Een haag kunt u op deze manier bijhouden en deze zal niet veel breder hoeven worden dan 40/50 cm. het is wel zaak dat u regelmatig snoeit, als een conifeer eenmaal breed is geworden is het vrijwel niet meer mogelijk het terug te brengen in omvang omdat u dan tot het bruine binnenste gedeelte van de plant gaat snoeien, en dit bruine kale gedeelte zal nimmer meer uitlopen en mooi groen worden. De enige uitzondering op deze regel zijn de verschillende soorten Taxus.
Wanneer u uw coniferen 1x per jaar wilt snoeien kunt u dit het beste rond begin augustus doen. (nooit met zeer zonnig en heet weer om verbranding te voorkomen) Een conifeer heeft in augustus september een tweede groeiperiode, en de haag zal met een fris uiterlijk de winter en het voorjaar in gaan.
Twee maal per jaar snoeien is in principe nog beter, en dient te geschiedden vlak na de eerste groei (de maand juni) en vlak voor de tweede groeiperiode (rond begin augustus) op deze manier kweekt u een mooie vaste gezonde conifeer.
Bemesten is natuurlijk ook een belangrijk onderdeel van het onderhoud, feitelijk geldt hiervoor hetzelfde als bij het snoeien, het kan 1x per jaar (in april) en liefst doet u dit 2x per jaar nl. in april, en direct na de tweede snoeibeurt in augustus. Gebruik hiervoor altijd een coniferenmest, Ecostyle heeft een prima meststof die 100 % natuurlijk is “Coniferen AZ” deze meststof wordt snel opgenomen en bevat het voor een conifeer belangrijke sporenelement Magnesium. Magnesium is onmisbaar voor het mooi groen kleuren van coniferen, er is maar heel weinig nodig, maar alle coniferen-speciaal meststoffen bevatten dit in de juiste verhouding.
Tot slot nog een tip voor het planten, snij altijd het jute gaaslapje om de kluit van de conifeer los bij het planten, het hoeft niet geheel verwijderd te worden, maar de knopen dienen los te zijn om insnijden na verloop van een aantal jaren te voorkomen, verder moet u een ruim plantgat maken dat u eventueel aanvult met goede plant of zgn. “startaarde”. na het planten goed aangieten zodat de grond goed vast om de wortels komt te zitten (hoe nat of droog het ook is…) Als u uw coniferen plant in het voorjaar / begin zomer is het natuurlijk zaak om de planten goed in de gaten te houden in drogere perioden, bij planten in het najaar is dit van minder belang.
Veel plezier van uw coniferen, ook wel het groene skelet van uw tuin genoemd!
Tuintrends 2010: groen en geborgenheid
Zin om de tuin (opnieuw) in te richten? Laat je inspireren door de nieuwste tuintrends: Exuberant Romantic Garden, Bohemian Spirit Garden en Closed Transparant Garden.
Exuberant Romantic Garden
Het blauwgroene tuintype – met een enigszins klassieke smaak – kan volop genieten in de Exuberant Romantic Garden. Deze tuin is op en top romantisch. Van buxushaag tot fontein, van slingerpaadje tot rozenboog, alle romantische clichés zijn hier ingezet, zonder dat het oubollig wordt. Het zijn weliswaar nostalgische elementen, maar op een eigentijdse manier toegepast.
De veranda zorgt voor de nodige beschutting en is dé plek om lekker uit te pakken met decoratieve elementen. Van smeedijzeren meubels tot accessoires met decoratieve dessins, zoals bloemen en klassieke strepen. Die zijn hier helemaal op hun plaats, net als strikken en franjes. De kleurstelling is wit met zachte, zoete pasteltinten. Enkele felle accenten geven het geheel een frisse, eigentijdse uitstraling.
Kleur en overdaad zie je ook terug in de borders. Bloeiende klimplanten en weelderige rozen in pasteltinten zijn favoriet. De rozen zijn bij voorkeur geurend en dubbelbloemig. Overdaad mag!
Bohemian Spirit Garden
Het gele tuintype voelt zich meer aangesproken door de ongedwongen sfeer van de Bohemian Spirit Garden. In deze vrolijke, decoratieve tuin mag geleefd worden. Er is volop ruimte om te spelen, te ontspannen en creatief bezig te zijn. Deze tuin ademt: vrijheid, blijheid!
De boomhut (van eerlijk hout) heeft er een prominente plaats. Deze biedt tegelijkertijd beschutting aan het ondergelegen terras, waar tot laat in de avond geleefd kan worden. De inrichting lijkt een ratjetoe van eigentijdse en ambachtelijke meubels en accessoires. Maar deze zijn met zorg uitgezocht en hebben allemaal dezelfde nonchalante uitstraling. Zelfbedachte, creatieve oplossingen, zoals gerecyclede producten, maken de tuin nog persoonlijker.
Heldere kleuren, zoals rood, paars en blauw, dragen bij aan de uitbundige sfeer. Pasteltinten mogen er gerust bij. Dessins zijn een must, denk aan bloemmotieven, ruiten en folkloremotieven.
De beplanting heeft net zo’n nonchalante uitstraling als de rest van de tuin. Landelijk ogende bomen, zoals knotwilg en els, zijn gecombineerd met kleurrijke, uitbundig bloeiende borders. Ook een appelboom en aardbeienplantjes zijn hier helemaal op hun plaats. Om lekker van te snoepen!
Closed Transparent Garden
Het blauwe tuintype – de liefhebber van design – kan zijn hart ophalen in de Closed Transparent Garden. In deze strak vormgegeven tuin lopen binnen en buiten geruisloos in elkaar over. De natuur is heel dichtbij, waardoor je zelfs in de (glazen) serre het gevoel hebt buiten te zijn. De natuur is iets om zuinig op te zijn. Daarom wordt voor de verlichting en verwarming gebruik gemaakt van zonne- en windenergie.
Heggen en muurtjes zorgen in deze designtuin voor de nodige beschutting, waardoor privacy gewaarborgd is. Tegelijkertijd maken doorkijkjes de tuin ruimtelijk. Dit spannende spel tussen open en dicht, transparant en compact, is overal aanwezig. Het komt bijvoorbeeld ook terug in de gevlochten en geperforeerde meubels.
Kunststoffen passen goed in deze strak vormgegeven tuin, maar de nadruk ligt op natuurlijke materialen, zoals hout, glas en keramiek. Ook het kleurenpalet heeft een natuurlijke uitstraling. Wit is de belangrijkste kleur. Mooi in combinatie met natureltinten en enkele lichtgele en bruinoranje kleuraccenten.
De borders zijn strak en contrastrijk. Compacte bodembedekkers worden afgewisseld met transparante, wuivende siergrassen. Ook witbonte planten verbeelden transparantie, net als de bamboe die zowel binnen als buiten terugkomt.
Bron: PPH.nl
Februari, Groen en Geel
Heesters en vaste planten die in de winter en vroege lente bloeien, zijn uiterst welkom in de tuin. Het is een select gezelschap en als ze ook nog geuren zijn ze absoluut onmisbaar.
Hun bloemen komen het beste uit tegen een donkerder achtergrond: een groene haag, wintergroene heesters (sommige zijn zelf wintergroen), of een muur. Opvallend is dat gele tot oranje bloemen in deze tijd van het jaar sterk overheersen. Sommige zijn afgestemd op bestuiving door de wind en vormen wolken stuifmeel, andere moeten het hebben van bevruchting door al vroeg voedsel zoekende insecten en dat zijn vaak geurende bloemen.
Het is niet zo dat winter- en vroege voorjaarsbloeiers continu bloeien. Ze hebben allemaal eigen systemen om hun bloemen tegen vorst te beschermen. Tijdens de vorst stopt de bloei even. Als het daarna weer vorstvrij is (dat komt tijdens de wintermaanden regelmatig voor) bloeien ze direct weer uitbundig door. Met winterbloeiers is er volop kleur en geur!
Vroeg en geel bloeiende heesters

Corylopsis pauciflora
De schijnhazelaar (Corylopsis pauciflora) bloeit soms al in februari (tot april) met hangende trosjes lichtgele bloemen aan de nog kale takken. Het zijn tot 1,5 m hoog uitgroeiende, dichtvertakte struiken. Bij de gele kornoelje (Cornus mas, een schilderachtige grote struik of kleine boom tot 5 m. hoog) ontspruiten ze in honderden vrolijk gele boeketjes aan de takken.
De verschillende soorten en cultivars mahoniestruiken bloeien bijna allemaal geel in uitwaaierende toeven vol bloemen die soms 15-20 cm lang kunnen zijn (bij Mahonia bealei en de iets kleinere M. japonica) of nog langer (zelfs 40cm en sierlijk overhangend bij Mahonia x media) Ze geuren sterk en kruidig en deze struiken zijn wintergroen. In zachte winters kunnen sommige al in december bloeien, maar de meeste bloeien vanaf februari.

Mahonia aquifolium Apollo
De kronkelhazelaar (Corylus avellana ‘Contorta’) bloeit vanf februari met 3-6 cm lange lichtgele katjes aan de kale takken. Nog vrij onbekend is de staartaar (Stachyurus praecox) uit Japan, een prachtige to 2 m. hoge heester die in maart-april aan de nog kale takken bloeit met (heideachtige) gele klokjes in talloze 5-8 cm lange trosjes. Deze plant houdt van zure grond. De bekende Forsythia of Chinees klokje ( vooral cultivars van Forsythia x intermedia) is er in allerlei maten en gele bloeitinten. Ze bloeien in maart. De ranonkelstruik (Kerria japonica) bloeit iets later (april-mei). De bloemkleur is geel-oranje. Bij ‘Pleniflora’zijn de bloemen dicht gevuld.
Vroege vaste planten met gele bloemen
Een van de mooiste vroege bloeiers is het bekende hondstandras (Erytronium tuolumnese ‘Pagoda’), met grote lelieachtige bloemen (3-4 bij elkaar aan een stengel, maart-april, 25 cm hoog.) Het kleine, tapijtvormende speenkruid (Ranunculus ficaria) is inheems en bloeit in maart-mei met gele sterrenbloemen boven het glinsterend groene blad. Iedereen kent de voorjaarszonnebloem (Doronicum orientale); een van de mooiste is de gevuldbloemige, rijkbloeiende ‘Frülingspracht’ (maart-april). Een lichtgeel bloeiende smeerwortel (Symphytum grandiflorum) bloeit iets later. Cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias) bloeit al vanaf maart met bloemen in schermen met daar omheen warmgele schutbladen.
TuinTips voor februari
Bessenstruiken snoeien. Appels en peren zo nodig nog begin februari snoeien. Top de twijgen van kruisbessen om aantasting door meeldauw tegen te gaan. U kunt ook al zomer- en herfstbloeiers snoeien. Snoei alleen tijdens vorstvrij weer. Tijdens ‘kale vorst’ wintergroene planten tegen de zon beschermen om uitdroging te voorkomen. Composthoop omzetten. Tijdens vorstvrij weer en als de grond niet is bevroren, kunt u bladverliezende bomen en struiken planten.








