Lavendel, Snoeien? waarom? wanneer? hoe?
Lavendel is al jarenlang een zeer geliefde plant in Nederlandse tuinen. Een mooie groenblijvende (grijsblijvend) spectaculaire bloeier die ook nog eens een lekkere geur verspreid die luizen op afstand houdt!
De planttijd van Lavendel is verspreid over het seizoen. De planten worden aangeboden in pot en kunnen daardoor vrijwel het gehele jaar geplant worden, al zou ik persoonlijk af raden om vlak voor de winter Lavendel aan te planten in verband met de winter die snel kan invallen.
Een probleem met lavendel is dat hij bij de veel mensen na een paar jaar te lang en onderin te houterig wordt. Gevolg? na een paar jaar wordt de plant (of planten) vervangen door nieuwe die na een paar jaar wederom aan de beurt zijn om gerooid te worden.
Goed onderhoud aan de lavendel kan dit probleem moeiteloos voorkomen.
Snoei in de zomer na de bloei met een heggeschaar de uitgebloeide bloemen samen met een klein topstukje van de struik weg, zo zal de lavendel nog voor de winter nieuwe topjes maken en er de hele winter mooi compact en fris uitzien.
Na de winter is het zaak om in de eerste twee weken van april de lavendel struik zeer sterk terug te snoeien tot circa 15 cm boven de grond. Op het eerste gezicht lijkt de struik nu totaal verloren, maar na een week of twee voorjaarsweer zullen de korte houtige stobben vol zitten met nieuwe scheutjes die snel uitgroeien en dezelfde zomer weer voor bloemen zullen zorgen.
LET OP! het is belangrijk om de voorjaarssnoeibeurt absoluit voor de helft van april en na eind maart uit te voeren. Eerder kan bij nachtvorst schade opleveren, en later zou de bloei in de komende zomer negatief kunnen beinvloeden.
Tip: De afgesnoeide bloemen en topjes in de zomer kunnen natuurlijk een weg vinden naar geurzakjes voor de linnenkast, misschien ‘ouderwets’ maar het werkt goed en geurt heerlijk!
Ten slotte: Een paar goede soorten lavendel: 1) Lavandula Hidcote (grof, sterk wat groter en goede bloeier) 2) Lavandula Dwarf Blue (Compact soort, bloeit goed en lang door de zomer) 3) Lavandula angustifolia Munstead (Veel aangeboden soort, middelmaat, goede bloeier)
Photinia, of Glansmispel
De laastste jaren is hij flink in opkomst, vooral te danken aan de verscheindenheid van zijn verschijning.
De Photinia fraseri is een groenblijvende struik/boom die in het voorjaar met mooie rode bladeren uitloopt en in de winter zijn blad vasthoudt.
- Photinia fraseri: zeg maar de ‘basis’ soort
- Photinia fraseri ‘Red Robin’: Een verbeterde soort met mooier blad en mooiere rode kleur bij het uitlopen.
- Photinia fraseri ‘Little Red Robin’: De naam zegt het al, een kleinere compacte versie van de Red Robin
Photinia’s worden in verschillende vormen aangeboden:
- Struik
- Stamboom, vanaf kleine stammetjes tot zeker stammen van 2,5 meter met daarop een bolvorm of vrije kroon
- Leivorm, ook met diverse hoogtes stammen worden ‘hagen op stam’ aangeboden die het jaar rond inkijk tot grotere hoogte kunnen blokkeren.
.
De Glansmispel is thuis in ons klimaat en kent weinig problemen. Soms is de plant wat slungelig en dun bezet als deze nog jong is, dit valt makkelijk op te lossen door snoei toe te passen in de lange slungelige takken. Deze vormsnoei kan worden toegepast tussen maart en november. Na de snoei zullen alle gesnoeide takken opnieuw uitlopen met 2 tot 3 nieuwe takken en zo de struik veel voller laten ontwikkelen.
In het voorjaar na het uitlopen van de karakerestieke rode bladeren kan de Photinia gaan bloeien met wit/creme schermbloemen, een oudere struik kan vol zitten met deze bloemen en is een lust voor het oog. Direkt ná de bloei kan de plant gesnoeid of geschoren worden. Voordeel hiervan is dat na het snoeien/scheren er opnieuw een generatie nieuwe rode uitlopers zullen ontstaan.
De verschillende vormen maken de Photinia een aantrekkelijke keuze voor vrijwel iedere tuin, De leivormen als afbakening voor inkijk of voor het accentureren van lijnen in de tuin, de struikvormen zijn goed te gebruiken als groen geraamte voor een tuin die in de winter erg kaal is, en om hagen te creëren die wintergroen zijn maar toch kleur en diversiteit bieden. De kleine versie de ‘Little Red Robin’ wordt vaak verkocht op stam, van kleine 60 cm stammetjes tot hoogtes van 2,5 meter kan deze compacte versie vrijwel overal worden toegepast, zowel in kleine voortuintjes tot grote tuinen als hoogte brengers zonder al te veel schaduw te brengen.
De Bodem en Verzorging:
Er zijn weinig speciale eisen die de Glansmispel stelt, maar het is wenselijk om bij het planten een flink plantgat te maken en dat bij te vullen met tuinturf en wat scherp zand. Vermeng de aarde die uit het gat is gekomen met dit mengsel en gebruik voldoende water om het goed rond de wortels te spoelen. Bemesten kan 1x per jaar in het voorjaar zodra de plant begint uit te lopen. Gebruik een goede organische meststof zoals verrijkte koemest of een andere organische verrijkte meststof. Verrijkt houdt in dat er voldoende mineralen zijn toegevoegd aan het hoge organische stofgehalte van organische mest zodat wortels en bladgroen zich kunnen blijven ontwikkelen in een gezond geheel. Snoei de Glansmispel wanneer dat nodig is tussen maart en november. Vele worden als vorm gehouden zoals bol op stam of pompoms bewaar de vorm door te scheren zodra de vorm vervaagd.
Winter:
In de winter kan de Photinia soms lelijk blad krijgen afhankelijk van de hoeveelheid vorst, en de duur ervan. Maak je niet teveel zorgen over dit verschijnsel, in het voorjaar na het opnieuw uitlopen van de plant is het leed snel geleden en zal hij weer snel hersteld zijn. Een groenblijvende plant is altijd groen, maar dat betekend niet dat het blad er voor eeuwig aanhangt. Ieder jaar wordt alle blad vervangen, vaak zonder dat je er erg in hebt, maar als je op gaat letten zie je natuurlijk het afgevallen blad op de grond terug.
Rhododendron aanplant en onderhoud
Één van de mooiste tuinheesters is waarschijnlijk de Rhododendron. Er zijn heel veel soorten, maten en kleuren te verkrijgen. De Rhododendron is in principe bladhoudend in de winter maar er zijn ook bladverliezende soorten die vroeger als bladverliezende Azalea’s te boek stonden. Feitelijk zijn alle Azalea soorten tegenwoordig onder gebracht onder de Familie van de Rhododendron.
Een Rhododendron heeft een kleine compacte wortelkluit die in verhouding met de plant niet groot is. Hierdoor mag een Rhodo niet te droog staan. Op veel grondsoorten zoals klei, loss, en zandgronden is het dan ook sterk aan te bevelen bij het planten een flinke hoeveelheid tuinturf, turfmolm of turfstrooisel toe te voegen. Graaf een groter plantgat als nodig en vul het aan met één van de eerder genoemde producten. Het turfproduct houdt goed water vast én verzuurt de bodem enigzins wat de plant ook ten goede komt.
Plaats Rhododendrons het liefste op een schaduwrijke plaats, als het in de zon moet dan liefst aanplanten in groepen zodat de planten voor hun eigen schaduw op de bodem kunnen zorgen. verder goed opletten met water geven, zeker de eerste jaren in de zomer.
Wanneer de Rhodo zijn blad oprolt probeert de plant feitelijk de oppervlakte van het blad te verkleinen zodat er flink minder water verdampt. Gebeurt dit oprollen in combinatie met geel blad dan kan het ook zijn dat de plant juist té nat staat. De wortels rotten dan langzaam weg en de plant kan als gevolg natuurlijk niet genoeg water meer opnemen en reageren op de droogte ín de plant.
Rhododendron soorten hoeven in principe niet gesnoeid te worden, het kan wel maar de vorm van de struik is al snel in het geding dus wordt het afgeraden.
Mocht het toch noodzakelijk zijn om te snoeien wees dan niet bang, een flink toegetakelde Rhododendron zal met tijd (hij groeit niet te snel) herstellen. De beste tijd om te snoeien is vroeg in het voorjaar vlak vóór of tijdens de bloei, snoei altijd vlak boven een bladkrans, uit de oksels van de bladeren ontstaan nieuwe groeischeuten.
Direkt ná de bloei, zeker bij grootbloemige soorten is het aan te raden de uitgebloeide bloemen goed te verwijderen, gebeurt dit niet zal de plant het jaar erop slecht of niet bloeien doordat de plant met al zijn energie zaden gaat maken in plaats van nieuwe bloemknoppen. Bloemknoppen worden zeer snel ná de bloei aangemaakt in de nieuwe scheuten die naast de oude bloemplaats uitgroeien. Bolle knoppen met een punt zijn bloemknoppen terwijl langwerpige knoppen groeiknoppen zijn.
Wilgen (salix) op stammetjes of als boom, hoe onderhoud je die?
De Salix (wilg) is een snelgroeiende boom die in heel veel varieteiten te vinden is, zowel in de natuur als in de tuin.
Een paar voorbeelden zijn b.v. de bekende Knotwilg, de katjes wilg (treurvorm) de grote treurwilg en recenter het japans wilgje.
KNOTWILG:
De wilgen die we in de natuur vinden zijn veelal ook gecultiveerd. Neem nou de knotwilg een puur Hollands plaatje, het is eigenlijk niets anders als een flinke dikke tak van een Salix caprea die in het voorjaar als een paal in de grond wordt geduwd deze paal gaat wortelen en uitlopen. Na verloop van tijd worden uitlopers op de stam verwijderd, en de takken aan de top mogen doorgroeien. Deze takken worden vervolgens 1x per jaar of per 2 jaar in de wintermaanden teruggezaagd waarna ze in het voorjaar weer opnieuw uitlopen en langzaam maar zeker de karakterestieke ‘knot’ ontstaat.
Na jaren worden de stam en de knot alsmaar grilliger en dikker waardoor een oer-Hollands plaatje ontstaat, die op veel schilderijen, foto’s en vvv-folders terug te vinden is.
TREURWILG:
Salis alba Tristis is de latijnse naam, bij de meeste van u zeker ook bekend als grote sierlijk afhangende bomen die vroeg in het voorjaar met kleine fris groene blaadjes als 1 van de eerste bomen het voorjaar inluid. Deze bomen worden over het algemeen aangeplant waar flink ruimte is. Voor de gemiddelde particuliere tuin is hij eigenlijk veel te groot. Je zou de treurwilg in toom kunnen houden door hem te behandelen als een knotwilg, dwz 1x per 2 jaar compleet terug snoeien tot een van te voren bepaalde grootte. Deze snoei wordt veelal ook in de winter of het vroege voorjaar toegepast. De boom groeit in het voorjaar weer uit en zal zo snel weer afhangende takken vormen dat er in de zomer nauwelijks nog te zien is dat hij zo sterk gesnoeid is.
GECULTIVEERDE WILG(JES):
De ‘moderne’ wilg is vaak een klein soort die veredeld is op een onderstam van een tevoren bepaalde hoogte, dit betekend dat deze niet hoger wordt dan de hoogte van de stam als u hem aanschaft.
Het is bij deze soortjes wel belangrijk dat u regelmatig wat onderhoud pleegt. Dit bestaat voornamelijk uit het regelmatig snoeien van het kroontje om hem mooi te houden. Dit houdt in dat er 1x per jaar (in het vroege voorjaar als de eerste bladknopjes uitlopen) flink gesnoeid moet worden in de kroon. Dit kan tot een paar ogen van de ent. Eventueel kunnen alle takken op deze manier weggesnoeid worden, maar u kunt voor het oog een aantal takken laten staan om niet meteen met een kale stam geconfronteerd te worden. Alle soortjes lopen snel weer uit in het voorjaar de takken die u eerder heeft laten staan knipt u in de zomer als nog weg. Zou houdt u een compacte kroon die niet te zwaar wordt voor het veelal nog dunne stammetje.
De bekenste soorten van de ‘kleine’ stamwilgjes zijn de Salix caprea Kilmarnock en de Salix integra Hakuro Nishikii (zie foto’s) Deze soortjes zijn verkrijgbaar op verschillende hoogtes, de onderstammetjes zijn steeds dezelfde wilgensoort nl. Salix caprea (Knotwilg) onderaan het kroontje kunt u bij aanschaf goed de plek zien waar de soort van de kroon op de onderstam is ‘gezet’ of veredeld. Snoei natuurlijk NOOIT onder deze veredeling, dan houdt u een gewone wilg over. Na aanschaf is het verstandig om de stam goed vast te zetten aan een goede steun zodat bij veel wind de bij aanvang dunne stam niet kan breken en de wortels de kans krijgen goed vast te groeien.
Heeft u nog vragen over dit onderwerp? hieronder kunt u die kwijt!
Andere vragen over andere tuinonderwerpen kunt u opsturen via ons contactformulier
Winter- en Zomerheide (Erica en Calluna)
Winter- en Zomerheide planten moeten in de tuin 1x per jaar worden gesnoeid.
De Zomerheide (Calluna varieteiten) bloeit vanaf de nazomer tot ongeveer november/december. Winterheide (Erica varieteiten) bloeit vanaf oktober tot soms april. Het onderhoud van deze planten is vrij gemakkelijk.
Bij het planten is het goed om flink tuinturf of turfmolm (strooisel) toe te voegen aan de grond. De heideplanen hebben een wat zurige grond nodig die goed vocht vast kan houden in de bovenlaag.
Om te zorgen dat de planten mooi blijven moet er ieder jaar flink gesnoeid worden in heide. Gebeurd dit niet dan worden de planten ieder jaar hoger en worden ze onderin bruin en dor. Feitelijk ‘leeft’ alleen de bovenste helft. Een uitgegroeide heide plant (maakt niet uit of dit zomer of winterheide is) kan je niet meer terug snoeien omdat het dorre gedeelte niet opnieuw uitloopt.
Vanaf half april kunnen alle heide planten gesnoeid worden, knip eenvoudig met een snoei- of heggeschaar de planten terug tot een centimeter of 15. Kort na de snoeibeurt beginnen de planten opnieuw uit te lopen, op de nieuwe uitlopers ontstaat de nieuwe bloei voor het komende bloeiseizoen.
Direct ná het snoeien geeft u een dosering speciale heidemest om het uitgroeien te bevorderen.
Vaak wordt het zo rigoreus terugsnoeien van planten als ‘eng’ beschouwd, maar niets is minder waar. Als je kijkt hoe het op de heide gaat en er even over nadenkt is het eigenlijk logisch. Op de heide grazen de schapen de heide in het voorjaar compleet af en nergens doen de planten het zo goed als daar! Natuurlijk loopt er geen herder met schapen door uw tuin dus.. doet u het zelf met de schaar.
Het gazon na een sneeuwrijke winter
Na de afgelopen flink sneeuwrijke winter zijn de meeste gazonnetjes en grasveldjes er slecht aan toe. Nu lijkt het erger als het is, maar er is wel wat actie nodig om het geheel er weer piekfijn uit te laten zien in de komende zomer.
Om te beginnen wees niet te gehaast om direct al flink actie te ondernemen. Het is nog februari en de winter kan ieder moment nog een keer terug komen. U kunt nu wel kalk strooien wat het ontstaan van mos in het latere voorjaar en zomer belemmert.
Zodra het echt voorjaar wordt, meestal vanaf half/eind maart kunt u het onderhoud aan uw gazon beginnen. Als het nodig is kunt u beginnen met verticuteren, dit om het mos wat van vorig jaar nog aanwezig is te verwijderen en de oppervlakkige wortels van het gras wat te beschadigen. Dat beschadigen laat het gras na de andere handelingen verdikken zodat er weer een volle grasmat kan ontstaan.
Wat te doen met uw gazon vanaf eind maart:
- Maai en/of verticuteer het gras als dit nodig is.
- Eventueel kunt u met ‘reparatie-graszaad’ kale plekken opnieuw bijzaaien zodat deze weer snel kunnen dichtgroeien.
- Strooi een goede gazonmest, ons advies is Ecostyle’sBio Gazon AZ te gebruiken. het is wat duurder per zak, maar omdat u dit slechts hooguit twee maal per jaar hoeft te doen, en niet om de 5 á 6 weken is het per seizoen voordeliger. Bovendien geeft het het beste resultaat. Niet voor niets dat vele hoveniers hetzelfde gebruiken! ( meer info over Ecostyle )
- Strooi het gazon af met scherp zand (rivier of breker zand). Dit lijkt waanzin, want als u klaar bent ziet het er niet uit! dit is slechts tijdelijk, het scherpe zand ‘zakt’ weg in de bovenlaag van het gazon wat de waterdoorlatendheid bevorderd én het levert een stevige viltlaag op.
- Na het af strooien met scherp zand is het goed om het gazon te ‘prikken’ Dit kan met een riek of een speciale roller met pennen. Door het ‘prikken’ onstaan gaatjes in hettoplaag die vollopen met zand en zodoen de voor een veel betere afwatering zorgen.
- Na een paar weken is het gazon hersteld en mooier en steviger als voorheen.
- Pas eind juli begin augustus is (op maaien na) hoeft u de volgende handeling te doen nl. nogmaals met Bio Gazon AZ bemesten zodat het gazon optimaal het najaar en dan weer de winter in kan gaan.
Tijdens de zomermaanden kunt u als u regelmatig het gras maait bij temperaturen boven de 10-15 graden celcius het afgemaaide gras laten liggen, dit wordt door de bacteriën die in de Bio Gazon AZ zitten weer omgezet tot voeding die door het gazon opgenomen kan worden. U creëert in feite een kringloop.
Maai bovendien het gras niet te kort, stel uw grasmaaier af op minimaal 4,5 cm. liefst niet korter! dit heeft geen zin, en zal het gras alleen maar zeer doen uitdunnen met alle gevolgen van dien.









