Medinilla magnifica, hoe te houden en verzorgen.
Medinilla magnifica:
- Familie: Malastomataceae.
- Oorsprong: Filippijnen
- Komt voor: Azië en tropisch Afrika in het laagland van de regenwouden.
- Waar groeit de plant: Op takken van bomen (epiphyt)
Medinilla is een spectaculair bloeiende kamerplant die door veel mensen prachtig gevonden wordt maar aan de andere kant verafschuwd door de ‘moeilijke’ verzorging en de problemen die men ondervindt na de aanschaf.
Deze angst voor de moeilijke verzorging is ongegrond, een Medinilla is eigenlijk heel gemakkelijk te verzorgen maar je moet even weten hoe het moet! Als het kwartje van deze fantastische plant eenmaal is gevallen kan iedereen ermee omgaan en er heel lang plezier van beleven!
Na aanschaf van de Medinilla (meestal in knop of bloei) kan de plant zonder al teveel problemen tot twee maanden door bloeien, alleen hebben veel consumenten last van bladval, en het zwart worden van stengels en bladeren waarna de plant de vuilnisbak in verdwijnt. Zonde van zo’n niet goedkope plant!
Om een plant goed te verzorgen moet je eigenlijk zijn natuurlijke omgeving kennen en zoveel mogelijk nabootsen. Een Medinilla is een Epifyt en groeit op takken van bomen in tropische regenwouden. Een epifyt is een plant die groeit op andere planten zonder er schade aan te veroorzaken of voeding van zijn host weg te nemen. Een ander heel bekend voorbeeld van een epifyt is de Orchidee.
Epifyten die op deze manier groeien, moeten hun vochtbehoefte uit de lucht nemen en kunnen dus met kleine hoeveelheden water goed functioneren, sterker nog teveel water zal grote problemen veroorzaken. Tropische regenwouden zijn warm en de Medinilla heeft dan ook een hekel aan koude.
Conclusie is dan ook dat verreweg de meeste problemen met de Medinilla worden veroorzaakt door teveel water en koude. Nu helpt het tijdstip van aanbod niet mee om de problemen te voorkomen. Medinilla’s worden meestal aangeboden vanaf oktober/november de tijd dat de bloei begint. Het is dan ook zaak om bij aanschaf goed te vragen of de plant niet te nat en te koud heeft gestaan én de plant goed te laten inpakken alvorens ermee naar buiten te gaan.
Standplaats:
Eigenlijk al behandelt, een lichte plaats, liefst met hoge luchtvochtigheid, weinig of geen direct zonlicht, en warm genoeg. (tussen de 18 en 30 graden Celsius)
Water geven:
Geef de Medinilla tijdens de bloei matig water en om de week een beetje vloeibare voeding, let op de plant liever iets droog dan nat!
Na de bloei ga je weinig water geven en stop je met het voeden totdat er uit het hart van de bladeren nieuwe stengeltjes beginnen te groeien. Op dat moment ga je weer iets meer water geven en om de week vloeibare voeding.
Zodra de nieuwe stengels en bladeren zijn uitgegroeid schakel je weer terug naar weinig water en géén voeding. Nu geduldig afwachten totdat er in het hart van de nieuwe bladeren een heel klein nieuw bloemknopje gaat ontstaan. Als je er zeker van bent dat het om een nieuwe bloemknop gaat mag je het water geven weer iets gaan opvoeren en ook weer om de week voeding gaan geven. De stelling blijft: LIEVER IETS DROOG DAN TE NAT!
De Medinilla bloeit rond november tot ongeveer januari/februari, hierna duurt het dus weer tot november voordat er weer nieuwe bloei is.
Snoeien:
Mocht na een aantal jaren de plant te groot worden is het mogelijk om te snoeien, hierbij let je op de vorm van de plant en haal je altijd hele stengels weg tot op de plek waar ze zijn ontstaan.
Stekken:
De Medinilla is goed te stekken als u maar wat geduld heeft.
Snoei een jonge scheut weg bij het punt van ontstaan en knip zeker de helft van de bladeren weg om de verdamping kleiner te maken.
Snij de stengel goed schuin af met een scherp mes, dompel de snoeiwond in stekpoeder.
Vul een kweekpotje van zo’n 13 cm. met stekgrond en steek daar de scheut in. Plaats de stekpot op een lichte plaats uit de zon en zorg voor warme voeten (rond de 30 graden Celsius) ook hier spaarzaam met water, beter is om de plant met een planten spuit af en toe te nevelen dat is voldoende.
Na ongeveer 1 á 2 maanden kan de stek met zijn jonge worteltjes voorzichtig worden opgeplant in een grotere pot met een goede potgrond. Hierna gaat u het jonge plantje verzorgen zoals een volwassen plant. Wederom voorzichtig met water, bij twijfel liever overslaan.
(Vlinder) Orchidee of Phalaenopsis, hoe te houden en verzorgen.
Velen vinden het nog steeds lastig als het gaat om de verzorging van een Orchidee.
In dit artikel wil ik graag de verzorging van de Vlinder Orchidee (Phalaenopsis) uit de doeken doen.
Eerst de prachtige latijnse naam van de plant, zoals bij vele planten is de naam een weerspiegeling van de plant zelf, in dit geval een orchidee met bloemen die veel weg hebben van een vlinder. Eigenlijk is de latijnse naam in dit geval meer Grieks, ‘Phalaina’ is het griekse woord voor ‘Vlinder of Nachtvlinder’ en ‘Opsis’ betekend zoiets als ‘lijkt op’
Standplaats:
In de huiskamer voelt de Vlinder Orchidee zich prima zolang de temperatuur ergens tussen de 17-18 en 24-25 graden Celcius ligt. Zoals veel kamerplanten verlangt zij het liefst een plaats met veel licht, maar absoluut zeker geen direct zonlicht. Dit is te verklaren door te kijken naar de natuurlijke standplaats van veel van onze kamerplanten nl. in een woud onder bomen in warme streken. U kunt zich voorstellen dat de temperatuur belangrijk is, de luchtvochtigheid (die is in onze huizen nogal eens ongezond laag!) én dat er door een bladerdek van bomen natuurlijk geen direct zonlicht op deze planten valt. Om kamerplanten zo goed mogelijk te verzorgen moeten we zoveel mogelijk de natuurlijke omstandigheden benaderen.
Orchideëen zijn epifyten dit houdt kort in dat zij niet met hun wortels in de grond groeien, maar zich vasthechten aan/in bomen ónder het bladerdek en zelf blad (groen) hebben. Ze zijn dus zeker geen last of hinder voor de bomen waar zij in groeien omdat ze zelf in staat zijn om suikers te produceren met hun bladgroen, en omdat de luchtvochtigheid zeer hoog is in hun leefomgeving kunnen zij met hun luchtwortels voldoende water uit de lucht halen om te overleven.
Hierbij heeft u een zeer belangrijke leidraad te pakken als het gaat om de verzorging van een (vlinder) orchidee, nl. dat zij met zeer weinig water dus prima functioneren.
Verzorging:
Ik begin bij het lastigste, (maar dat is gelukkig écht niet zo!) nl. water geven.
Zoals eerder besproken is een Orchidee een epifyt en haalt met zijn dikke LUCHTWORTELS water uit de lucht ofwel zijn directe omgeving. Nu zult u denken, ‘de plant zit toch in een pot?’ dat klopt, maar dat is gedaan om het ons makkelijker te maken hem in een sierpot op tafel, of op de kast te zetten.
De kwekers van de Orchidee zetten de plant in een doorzichtig plastic potje opgevuld met houtsnippers dit is een prima begin voor gemakkelijk onderhoud. Dompel uw Orchidee zo ongeveer één keer per twee weken onder in b.v. de gootsteen met lauw water. Laat de plant hierna grondig uitlekken voordat je hem terug in zijn sierpot zet! de plant mag niet met zijn wortels in een laagje water staan. Een uitzondering kan een speciale orchideëenpot zijn, door een slim randje in de pot kan er een klein laagje water onderin de sierpot blijven staan zonder dat de plant met de wortels direct contact heeft.
Als u twijfelt of het dompelen wel nodig is, kijk dan eens goed naar het doorzichtige plastic potje waar de plant in staat. Is daar nog vochtige aanslag (waterdamp) te zien dan is het nog wat te vroeg, andersom als dit niet te zien is kan hij gedompeld worden.
Voeding toevoegen aan het water moet u niet doen als de plant is uitgebloeid en opnieuw in de knop moet komen, doet u dit wel heeft u grote kans op veel en prachtige bladeren maar weinig of geen nieuwe bloemen. Pas als de plant duidelijk begonnen is aan een nieuwe bloemstengel kunt u voeding gaan geven, dit houdt u vol totdat de eerste bloemen open gaan, dan kunt u weer stoppen met voeden.
Snoeien:
Ik hoor van veel mensen dat zij de oude bloemstengel direct wegsnoeien als de laatste bloemen zijn uitgebloeid. Dit moet je zeker niet doen! laat de stengel met rust, want heel vaak ontstaan de nieuwe bloemstengels op de oude. De plant heeft veel energie gestoken in de bloemstengel het is zonde om deze zo snel weg te snoeien. Pas wanneer een stengel gaat verkleuren als teken van afsterven kunt u hem wegnemen.
Hoe krijg ik hem opnieuw in bloei?:
Een Phalaenopsis krijg je eenvoudig weer in bloei, wat je vooral nodig hebt is geduld.
Nadat de laatste bloemen zijn afgevallen verplaats je de plant naar een lichte plaats waar hij in alle rust nieuwe bloemstengels en knoppen kan maken. Veelal ontstaan de nieuwe stengels op de oude stengels of onder in de plant waar ook het blad ontstaat. De verzorging blijft vrijwel gelijk als tijdens de bloei u mag de plant echter best ‘een keertje vergeten’. Een plant die het een beetje moeilijk heeft zal in het algemeen sneller tot bloei komen.
Najaars / Winterbeurt voor de tuin… wat en hoe?
Veel tuinen krijgen in het najaar een zgn. winter of najaarsbeurt, wat houdt dat in? en waar moet ik op letten als ik dat zelf wil doen.
Als de tuin een beetje netjes de winter in moet gaan, en u in het voorjaar alvast een voorsprong wilt nemen op het onvermijdelijke onderhoud van uw tuin kan een Najaars/Winterbeurt veel nut hebben. Immers alles wat u nu doet hoeft in het voorjaar niet, of is stukken gemakkelijker.
Snoeien:
Snoeien tijdens een winterbeurt is onvermijdelijk, afstervende vaste kruidachtige planten kunnen worden afgezet tot 10/15 cm. Lavendel, Grassen en Groenblijvende vaste planten zijn uiteraard een uitzondering.
Belangrijk om de vaste planten niet tot op de grond af te knippen, sommige soorten met holle stengels kunnen zo vollopen met regenwater in het najaar, en krijgen het daardoor met vorst veel harder te verduren. als u een stukje stengel van 10/15 cm. laat staan kan dat inrotten en dicht zo de opening.
Rozen die uitgebloeid zijn mogen alvast een stuk terug geknipt worden (tot zo’n 20 cm.) zodat de voorjaarssnoei gemakkelijker wordt en het perk er beter uitziet. Ook kunt u hierna makkelijker uw organische bemesting toedienen tussen de rozen.
Met organische bemesting bedoel ik alleen puur gedroogde koemest (of verse koemest met stro). Koemest verbeterd de structuur van de grond en stimuleert het bodemleven, veel voeding zit er niet in maar dat is in het najaar ook niet nodig de planten gaan immers de rustperiode in en groeien niet meer. Vergeet niet in het voorjaar een goede mest te geven waar wél voldoende voeding in zit!
Vroeg in het najaar (Augustus September) kunt u de coniferen / taxus haag nog een keer scheren. Het kan nog groeizaam weer zijn en dan loopt de haag nog een klein beetje uit voordat het winter wordt. Hierdoor ziet hij er perfect uit.
Wanneer u twijfelt welke planten wél en welke juist niet gesnoeid mogen worden in het najaar is er een klein praktisch ezelsbruggetje.
Snoei in de struik een tak weg, bekijk de tak goed en let vooral op de kern van snoeiwond. Is de kern groot en erg zacht óf hol wacht dan met snoeien tot het voorjaar (voorbeeld: de Hortensia)
Planten met een zachte of holle kern zijn gevoeliger voor de winter als ze in het najaar worden gesnoeid dus deze laten we met rust. Een massieve en/of kleine kern geeft aan dat er voor de winter gesnoeid mag worden.
Veel groenblijvende planten kunnen baat hebben bij wat najaarssnoei, omdat deze planten hun blad in de winter houden kunnen zij water verdampen terwijl de grond bevroren kan zijn, hierdoor kunnen deze planten verdrogen. Door in het najaar wat blad weg te snoeien wordt de verdamping minder en ook dat telt natuurlijk. Voorbeelden: Laurier, Olijf, Camelia (let wel op de bloemknoppen, die wil je bewaren!)
Bomen die te groot worden kunnen in het najaar zodra het blad valt veilig gesnoeid worden, Ná de kerst moet u gaan opletten welke boom u gaat snoeien b.v. de berk kan bij snoei na de kerst al gaan bloeden en dat geldt b.v. ook voor Acer soorten. Als u twijfelt vraag dan altijd eerst een deskundige! zij weten precies welke bomen en struiken kunnen gaan bloeden. Alle heesters en bomen die gevoelig zijn voor bloeden kunt u veilig snoeien tussen september en eind december, én zodra zij weer vol in het blad zitten in de zomermaanden.
De Bodem in het Najaar:
De bodem is heel belangrijk, ook tijdens de najaarsbeurt. Ga niet in de tuin aan de gang als het te nat is, u stamt de structuur van de bodem dan gemakkelijk kapot en dat herstel je niet zomaar. Ieder afgevallen blaadje wegruimen is heel netjes, maar laat ook wat over voor het bodemleven, wormen trekken stukje bij beetje blaadjes de grond in en deze worden omgezet in de beste gratis humus die er is. Als er groenresten op de grond liggen zal er bodemleven zijn in de vorm van bacteriën, wormen insecten etc. dit bodemleven houdt de grond luchtig en geven in ruil humus aan de bovenlaag!
Na het snoei- en ruimwerk kunt u de bodem wat helpen door met een riek of steekschop de bovenlaag te bewerken. U werkt organisch materiaal zoals blad en resten van vaste planten door de grond. Zolang ze niet te grof zijn gaat dat prima en zullen ze snel verteerd en openomen worden. Is de grond arm aan humus kunt u natuurlijk extra Compost, tuinturf of turfmolm uitstrooien en ook onderwerken al dan niet gemengd met zand om de doorlatendheid van de bodemlaag extra te verbeteren.
De Vijver:
Ook de vijver heeft aandacht nodig voor de winter. Om de vijver helder te houden is het belangrijk om hier juist alle groenafval van afstervende planten goed te verwijderen. Grote hoeveelheden plantresten die naar beneden zinken, veroorzaken een pakket modder en geven veel extra voeding af aan het water die in het voorjaar uitgroei van flinke hoeveelheden draadwier en algen kan veroorzaken.
Verder kan de UV filter worden uitgeschakeld, schoongemaakt en opgeborgen worden tot het voorjaar. Als de lamp het hele seizoen heeft gebrand (ongeveer 5000 uur) kunt u vast een nieuwe UVC lamp aanschaffen zodat u in het voorjaar direct de filter weer kunt aansluiten en gaan gebruiken. Het gebruik van de UV filter in de winter is niet nodig, de watertemperatuur loopt dusdanig terug dat algen en wieren niet meer groeien en dus ook niet bestreden hoeven te worden.
Het Gazon:
Het gazon blijft u maaien totdat de groei stopt (oktober/november) stel wel de maaier wat hoger af! Hark het gazon goed af zodat er geen pakket afgevallen blad achterblijft die de hele winter blijft liggen. Geef in Augustus/September nog wat mest zodat het gazon sterk en fris de winter in gaat. Evt. afstrooien en inharken van zand zorgt ook in het gazon voor een betere doorlatendheid wat een betere uitgroei in het voorjaar geeft én mos tegenwerkt.
Bollen Knollen:
Knollen van zomerbloeiers die niet winterhard zijn moeten uit de grond en gedroogd worden, daarna kunnen ze droog en vorstvrij opgeslagen de winter door. Voorjaarsbollen worden nu juist geplant voor de lente, denk aan crocussen, tulpen, narcissen, hyacinten, blauwe druifjes en nog veel meer om kleur aan het voorjaar te geven.
Plant bloembollen vooral niet te diep, je moet planten en niet begraven! een simpele vuistregel is 1,5x de bolhoogte aan grond boven de bol. evt. afdekken met een beetje turfmolm om een isolerend jasje voor de winter te geven, dit alleen bij ietwat gevoelige bol/knol gewasjes (lees op de verpakking).
Gevoelige planten helpen in de winter:
Gevoelige tuinplanten een handje helpen de winter door te komen mag nu alvast, al blijf ik erbij PAK ZE NIET IN PLASTIC!
Als voorbeeld: sommige klimplanten zoals b.v. de passiebloem kunnen bevriezen. Gooi een hoopje afgevallen los blad tegen de onderkant van de klimplant aan en houdt het evt. op z’n plaats met wat stokjes en kippengaas. Dit hoopje isoleert de onderzijde van de plant en mochten de hoge delen bevriezen dan loopt hij in het voorjaar onderaan gewoon opnieuw uit. Los blad is luchtig en isoleert goed, Ook houdt het de zon van zwakke delen af die in de winter ook gewoon uitdroging kan veroorzaken.
Zet bladhoudende gevoelige planten liefst op een zonvrije plek, als het gaat tegen de gevel (die straalt altijd iets) vooral de ochtendzon is een oorzaak van problemen bij bladhouders zoals de Olijf en de Camelia. s’ochtends als de zon vroeg op de planten valt treed een snel temperatuursverschil op waardoor de planten vocht gaan verdampen. Wanneer hun pot is bevroren kan de plant geen vocht opnemen uit de bodem en kan hij verdrogen.
Kleinere bladhoudende planten die in de border staan kunnen afgedekt worden met takken van dennen (de oude kerstboom!) niet te dik, maar net genoeg om de zon eraf te houden en de lucht gewoon goed doorlaat. In de Alpenlanden is dit heel gewoon en werkt het prima, als het sneeuwt krijg je al snel een mooi isolerend dekentje.
Uw kuipplanten zoals b.v. de Oleander moeten rond september naar binnen alwaar ze de winter overblijven met minimale hoeveelheden water! per keer kleine beetjes water geven zodat de plant in rust geen wortelrot oploopt.
Ten slotte:
Om in de wintermaanden plezier van de vogels te hebben kunt u nu alvast beginnen met het ophangen van wat wintervoedsel waar veel soorten vogels graag op af komen.
Het is dan ook tijd om uw tuingereedschap te onderhouden, slijpen, oliëen en repareren zodat u in het voorjaar niet mis grijpt.
Heeft u nog tips en trucs die u zelf altijd toepast bij de Najaars/Winterbeurt Laat het ons weten! reageer hieronder.
Bezoekersvraag: Lange scheuten van de Klimroos wel of niet snoeien?
Vraag:
Op één van mijn engelse tuinreizen werd er verteld dat de lange uitlopers van klimrozen de bloeiers zijn voor het volgend jaar. Mag je die dus niet inkorten? Ik heb klimrozen over een pergola: ik kan die toch niet maar eindeloos door laten groeien? Hoe moet ik ze dan snoeien zonder ze in te laten boeten op de bloei?
Bedankt voor Uw antwoord.
Caren
Antwoord:
Beste Caren,
Een klimroos (eigenlijk Lei-roos) wordt meestal gesnoeid in het najaar óf rond deze tijd eind maart. De lange uitlopers van de klimroos geven hem hoogte/lengte en de zijscheutjes die er vanaf het voorjaar weer op uitgroeien zorgen voor de knopzetting. Zo moet je als je een klimroos snoeit een mooi aantal lange uitlopers met rust laten zodat zij voor de nieuwe uitlopers én dus bloemen kunnen zorgen. Worden de uitlopers te lang naar jouw mening dan mag je ze zeker aan de uiteinden inkorten.
Na een aantal jaren wordt het tijd om een aantal verouderde lange scheuten weg te nemen aan de basis van de struik, maar doe dit alleen als er nieuwe lange uitlopers zijn gevormd, je ruilt als het ware een oude in zodat een nieuwe kan uitgroeien. Zo houdt je de struik jong.
Bijgevoegd een video waarop je het geheel nog eens duidelijk kan terugkijken.
Succes,
Marcel.
Coniferenhaag hoe wat waar en wanneer, snoeien, voeden en planten
Planten van Coniferen/Taxus:
Meest gestelde vraag: hoeveel moet/mag ik er plaatsen pe meter? dit is natuurlijk afhankelijk van de maat van de aangeschafte planten. Er zijn twee manieren om er achter te komen, zet een vijftal aangeschafte planten op een rijtje, laat de planten elkaar net aanraken. Dit is de afstand die goed is om te planten, meet vervolgens de afstand die er is uitgezet en doe het sommetje.
Natuurlijk mogen de planten iets verder uit elkaar (wat geld bespaard bij aanschaf) óf iets meer tegen elkaar aan (wat meer direct een dichtere haag opleverd)
Voeding:
Om te beginnen gooi NOOIT meststoffen in een plantgat, maakt niet uit wat u plant en of de buurman dat al jaren doet. Neem gewoon geen risico op verbranding van de wortels.
Wilt u persé voeding dicht bij de wortels geven dek deze dan eerst af met een laagje grond voordat u de plant(en) in het plantgat plaatst. Niet alle meststoffen geven verbranding aan de wortels, maar liever ‘safe than sorry’ zeg ik altijd maar.
Gebruik voor een coniferenhaag een goede coniferenmest of evt. een specifieke ‘haag’mest, u kunt direct na het planten de meststof aan de voet van de haag verdelen en daarna goed aanwateren met de tuinslang.
Snoeien/Scheren:
Voor de meeste coniferen is het meest ideale plan om twee maal per jaar te scheren, naar mijn mening is JUNI tijdens de groei een goede maand, en daarna weer in AUGUSTUS/SEPTEMBER. In deze laatste maande geeft een conifeer nl. een zgn. ‘Nagroei’ na deze laatste scheerbeurt zal hij nog een mooie frisse uitloop geven zodat de haag er in de winter ook mooi uit ziet. Denk er wel goed aan om de basis van de haag altijd iets breder te laten dan de top zodat de dwarsdoorsnede van de haag dus naar boven toe iets taps toeloopt. Dit is belangrijk in de winter met sneeuwval, de haag valt dan niet zomaar uiteen als we op een flinke sneeuwdeken worden getrakteerd zoals de afgelopen twee winters.
Ten Slotte:
Hieronder vindt u een filmpje dat laats zien hoe een coniferenhaag zou moeten scheren. Succes!
Snoeien van Hydrangea macrophylla, oftewel de Boeren Hortensia
Ten eerste moet je de ‘Hydrangea macrophylla’ niet verwarren met zijn familie lid ‘Hydrangea arborescens Annabelle’ deze twee soorten verschillen in veel opzichten en moeten dan ook behoorlijk verschillend worden behandeld. (voor snoeien van de Annabelle volg DEZE LINK)
Om paniek te voorkomen, je mag beide planten bij de grond terugknippen en ze zullen beiden weer geheel en gezond uitgroeien. Alleen zal de Hydrangea Annabelle wél weer hetzelfde jaar bloemen geven, maar de Hydrangea macrophylla niet of nauwelijks. Dit komt omdat de Hydrangea macrophylla voornamelijk op het oude hout bloemknoppen vormt.
Een Hydrangea macrophylla snoeien is eigenlijk heel eenvoudig. Snoei (zoals in het onderstaande filmpje) alle oude takken uit de struik in maart/april. Oude takken zijn makkelijk te herkennen, het zijn de takken die grijzer en dikker zijn, én ze hebben meer zijtakken gemaakt. De jonge takken zijn meestal 1 jaar oud en hebben slechts lengte en geen tot zeer weinig zijtakjes gemaakt. Precies deze jonge takken zorgen voor de aanmaak van bloemknoppen komende zomer.
Als alle oude takken zijn verwijderd kijk je goed naar de vorm en het evenwicht van de struik, is het nodig om een aantal jonge takken weg te nemen om het evenwicht te herstellen? doe dat dan meteen. Zo kan de struik er tot volgend jaar voorjaar tegen aan.



